De komende tientallen jaren krijgen we op grote schaal te maken met zowel kwantitatieve als kwalitatieve demografische veranderingen.
Nu al neemt in bepaalde delen van het land de bevolkingsomvang af. Rond 2035 zal in het hele land het inwonertal gaan dalen. In het investeringsbeleid zal met deze omslag tijdig rekening moeten worden gehouden.
De bevolkingssamenstelling zal als gevolg van vergrijzing en migratie aanzienlijk gaan veranderen. Er is nog weinig bekend over de gevolgen voor het ruimtelijk gedrag en de mobiliteit.
Het mobiliteitsgedrag zal niet alleen door veranderingen in de bevolkingssamenstelling en -opbouw veranderen. Ook leefstijlen en daarmee de beleving van en houding tegenover mobiliteit kan in de toekomst veranderen. We weten niet hoe toekomstige generaties
zich op terreinen als wonen, ruimtegebruik, recreatie, mobiliteit zullen gaan gedragen. De effectiviteit van beprijzing en van andere maatregelen om het mobiliteitsgedrag en het veiligheidsgedrag te beïnvloeden hangt af van een veranderende beleving en perceptie van problemen en oplossingen. Of het mogelijk is door mobiliteitsmanagement het mobiliteitsgedrag van burgers en bedrijven te veranderen is sterk afhankelijk van beleving van en houding tegenover mobiliteit.
In de Atlas voor gemeenten 2008 is een hoofdstuk opgenomen met als titel “Werk voor de wijk”. In dit artikel wordt gesteld dat leefbaarheidsproblemen in de steden vooral lijken voort te komen uit de sociaal-economische achterstandspositie van bepaalde inwoners die de stad om zich heen zien floreren en hun buren daarvan zien profiteren. Aangezien ook laagopgeleiden voor het overgrote deel buiten de eigen wijk en zelfs buiten de eigen stad werken moet je volgens de schrijvers niet het werk naar de wijk maar de mensen naar het werk brengen. Investeren in goedkope, snelle en frequente vervoersmogelijkheden zou kunnen helpen om bestaande banen letterlijk beter bereikbaar te maken voor mensen uit probleemwijken.
De centrale vraag voor een advies over dit onderwerp luidt als volgt:
Wat zijn de gevolgen voor het mobiliteitsbeleid van ontwikkelingen in bevolkingsomvang en -samenstelling, leefstijlen en sociaal-economische factoren?